Geen categorie

Open Brief aan alle Artsen en Patiënten van Nederland

By 15 maart 2020april 8th, 2020No Comments

“Wil je naast me komen zitten? Ik ben mijn gezonde verstand kwijt en ik overzie het niet meer”. Deze woorden spreek ik uit in februari 2005. Op de hartbewaking. De dokter wordt patiënt. Ik voel me kwetsbaar en afhankelijk. Ik ben mezelf kwijtgeraakt in de gezondheidszorg en in mijn vak als kinderarts.

De lange dagen, de bioritme verstoringen, de medische cultuur. Ze hebben allemaal bijgedragen aan mijn hartinfarct. Maar bovenal de torenhoge verwachtingen die ik van mezelf heb en de verantwoordelijkheid die ik voel voor de zorg voor mijn patiënten. Het gaat over leven en dood. En dat neem ik mee naar huis. Altijd. Zelfs in mijn slaap.

Ik mag niet falen en mag mijn patiënten nooit in de steek laten. Opgeven is geen optie. Een verantwoordelijkheid die eigenlijk veel te zwaar is om te dragen. Ik leg mezelf deze verantwoordelijkheid op. Maar de patiënten vragen dit ook van mij. Dokter, zegt u het maar. U bent de expert. Maar ik weet het soms ook niet meer.

En dat is moeilijk voor mij als dokter om toe te geven. Want daarmee laat ik mijn patiënten in de steek. Zo ben ik niet opgeleid. En ook het zwaard van de tuchtcolleges hangt zwaar boven mijn hoofd. Zo genadeloos als ik voor mezelf ben, zo genadeloos kan ook de publieke opinie zijn voor artsen.

In het diepe ravijn na mijn cardiale crash leer ik langzaam om mild te worden en compassie te krijgen voor mezelf. Ik leer dat ik eerst goed voor mezelf moet zorgen alvorens ik goed voor mijn patiënten kan zorgen. Ik leer ook dat alle antwoorden al in een mens aanwezig zijn. De antwoorden over datgene wat er echt toe doet voor jezelf en voor je dierbaren. Deze antwoorden zijn er altijd.

Ook de patiënt draagt altijd zijn eigen waarheid met zich mee. Diep in zijn hart. En die waarheid kan dwars tegen de medische protocollen in druisen. Om die waarheid op tafel te krijgen is een radicaal ander gesprek in de spreekkamer nodig. Een gesprek van hart tot hart. Dat vraagt kwetsbaarheid en openheid van zowel de dokter als de patiënt.

Dat vraagt ook het teruggeven van de verantwoordelijkheid aan de patiënten. De verantwoordelijkheid over hun eigen leven. Het nadenken over “niet alles wat kan hoeft”. Van behandelmodus naar bezinningsmodus. Van welvaart naar welbevinden. Van gezondheid naar geluk.

Daar is heel veel moed voor nodig. Een herpositionering van de rol van dokter en patiënt. De dokter als coach. De patiënt als regisseur. Beiden pakken daarmee hun eigen verantwoordelijkheid terug. Zoals het hoort. Niet meer tegenover elkaar zitten, maar naast elkaar. Juist op die hele moeilijke, tegenstrijdige en soms hartverscheurende momenten.

Giliam Kuijpers

Zie ook het interview met Harry Starren voor Café Weltschmerz